De politieke crisis staat weer stil. Dit weekend gebeurde er zelfs helemaal niets, en maandag laat de koning op zijn dooie gemakje partijvoorzitters verder aan- en afrijden. De twee grote overwinnaars van de verkiezingen geven steeds duidelijker aan die rol niet te kunnen spelen.
Na het ontslag van Johan Vande Lanotte wilde Bart De Wever geen interviews geven omdat de partij “geen olie op het vuur wilde gooien.” Daarom werden enkele mindere goden als Liesbeth Homans en Ben Weyts het veld ingestuurd om volk van duiding en achterban van munitie te voorzien. Homans bewees dat ze in de schaduw van De Wever heel wat had bijgeleerd over politieke communicatie, maar Weyts spande de kroon.
“Het heeft weinig zin om nu met zwartepieten te gooien”, zei hij tegen De Morgen. “Als er één schuldige is, is het de kloof tussen Vlamingen en Franstaligen. Het Franstalige afwijzingsfront vergroot die kloof alleen maar, terwijl wij toch voorstellen gedaan hebben om hem te dichten.” Je moet het citaat enkele keren lezen om het vernuft dat erachter schuilt op waarde te kunnen schatten.
Weyts wil niet zwartepieten. De kleine staatsman in hem spreekt. Hij distantieert zich daarmee van alle andere partijen die het wel nodig vonden een schuldige aan te wijzen. Niets voor Ben Weyts, hoewel hij het in de volgende zin zonder verpinken wel doet. Het ligt aan de kloof tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Ergo: het Belgische model, dat het eerste programmapunt van zijn partij gelukkig wil afschaffen. Dat past in de rationele retoriek die de partij al enkele jaren toepast. De Walen zijn niet slechter dan ons, ze zijn anders. Het heeft de partij groot gemaakt, maar Weyts kan het in zijn volgende uitspraak niet nalaten te vervallen in oude gewoonten. Het ligt toch aan de Franstaligen, en wel zeker niet aan ons.
Na meer dan een half jaar onderhandelen, is de analyse van Weyts dus nog steeds dat het allemaal aan de Franstalige politici ligt. Nochtans hebben veel van zijn partijgenoten al laten optekenen dat zij in 2007 best genoegen hadden kunnen nemen met de staatshervorming die momenteel op tafel ligt. Ik wil best geloven dat het toen allemaal lulletjes rozenwater waren die alles vraten wat hen werd voorgezet, maar vermoed dat dat niet de bottomline was.
Aan de andere kant van de taalgrens is het niet veel beter gesteld. Daar heeft de overwinnaar van de verkiezingen, Elio Di Rupo, er niets beters op gevonden dan een regering van nationale eenheid te lanceren op zijn nieuwjaarsreceptie. Zelfs als hij die piste in alle discretie had afgetoetst zou die algauw vruchteloos zijn gebleken – daar hoef je geen politiek genie voor te zijn. Dat hij het ideetje net voor de zeven-uurjournaals oplaat, maakt duidelijk dat het niets meer voorstelde dan een publiciteitsstunt. Tenzij hij nog steeds denkt CD&V te kunnen losweken van hun kartelpartner.
Ik zou aan Ivan De Vadder moeten vragen hoeveel dagen we na de verkiezingen zijn, maar het is duidelijk dat het zo zoetjesaan tijd wordt dat (slikt het opkomend maagzuur terug door) de winnaars hun verantwoordelijkheden opnemen. Vooralsnog is niets minder waar. De ene spiegelt ons voor nog steeds op zoek te zijn naar een compromis, maar verzint er ondertussen niets beter op dan alle schuld bij de andere te leggen. Die andere houdt dan weer vol dat hij geen verkiezingen wil, maar investeert meer dan in wat anders energie in doorzichtige mediacampagnes. Het is dat het over de welvaart van de mensen gaat.
