Uit teflon en beton opgetrokken, Ingrid? Bij de minste tegenwind huilen ze uit in de camera. Geen enkele N-VA’er zal ooit nog een grap kunnen maken over Bert Anciaux, enkel en alleen omdat Philippe Muyters het een keertje emotioneel zwaar had. Gelukkig vond Muyters de oppositie deze week aan zijn zijde.
Oppositievoeren in het Vlaams parlement is één van de meest onderschatte taken in de Belgische politiek. Er zijn geen duidelijke breuklijnen, er zijn geen grote (besparings)dossiers waarin scherpe maatschappijkeuzes moeten worden gemaakt en de Vlaamse regering heeft als enige gemeenschappelijk doel de regeerperiode zonder kleerscheuren door te komen. In het federale parlement vechten ze elkaar de tent uit, maar aan de overkant van de straat verschijnen CD&V, N-VA en sp.a, meestal, schouder aan schouder.
Lode Vereeck
Het is best moeilijk om daar tegenaan te springen zonder zelf af te gaan. De oppositie is bovendien per definitie hopeloos verdeeld, dus het is onmogelijk een coherente strategie uit te werken. Deze week had Lode Vereeck – de rijzende ster van een partij die helaas op sterven na dood is – eindelijk iets in handen gekregen wat een regeringslid in moeilijkheden kon brengen. De triestigaard Bas Luyten had hem een mail doorgestuurd waarin een cabinetard van Philippe Muyters beweerde dat zijn minister had gelogen tegen het parlement. Dan heb je iets.
Dat schrijven werd donderdagavond door N-VA zelf in allerijl openbaar gemaakt, omdat de partij de pers voor wilde zijn. Veel maakte dat voor de oppositieleden niet uit, want de inhoud bleef hetzelfde. Muyters had gelogen. Dixit zijn medewerker. Het kon spannend worden, ware het niet dat diezelfde oppositie tegen diezelfde minister een dag eerder al een motie van wantrouwen had ingediend. Omwille van een andere mail. Daarin stond dit:
Ook wij betreuren dat, niet in het minst omdat we zo goed als zeker zijn dat het parlement geen enkele inhoudelijke wijziging aan de formule zal doorvoeren. Het is bijzonder jammer, maar u en wij zijn slachtoffer van een politiek spel gespeeld door VLD, Groen! en LDD
Een boude stelling die niettemin perfect academisch kan worden onderbouwd – men leze De mythe van de parlementaire democratie van Wilfried Dewachter – maar wat enkele parlementariërs in hun eer had gekrenkt.
De beurt was aan Bart Martens (sp.a) om de gebruikelijke vergelijking met Noord-Korea te trekken, maar vooral de oppositieleden gingen helemaal loos. Een pathetische maar vooral zinloze motie van wantrouwen werd ingediend. Omdat aan zo’n motie een kandidaat-opvolger verbonden moet zijn, stelden LDD, Open VLD, Vlaams Belang en Groen Jan Peumans voor, tot de laatste partij zich bedacht en vanuit emancipatorisch oogpunt een vrouwennaam eiste. Ik verzin dit niet – het werd uiteindelijk Liesbeth Homans.
Smeerlappen
Door zelf ophef te maken over het schandelijke taaltje van Muyters en zijn medewerkers, werd de tweede mail die Vereeck naar De Morgen lekte op dezelfde manier gekaderd. Daar stonden namelijk ook enkele onaardigheden in. Zo was er sprake van ‘de smeerlappen van onderwijs’, wat Pascal Smet overigens op briljante wijze weerlegde: “Mensen die hun werk doen zijn geen smeerlappen. En wij doen ons werk elke dag.” Na zo’n dodelijke repliek zou de kakafonie mogen stilvallen, maar iedereen bleef maar doordrammen over de onzedelijke woordkeuzes.
Ondanks het geharrewar viel de zwakke verdedigingslijn van N-VA op. In De Zevende Dag kon Kris Van Dijck geen noemenswaardige argumentatie opbouwen, en Bart De Wever had er niets beter op gevonden – hoewel Philippe Muyters vorig jaar enkel om het ruwe taalgebruik van Ingrid Lieten haar ontslag had gevraagd – dan de aanvallen als ‘onder de gordel’ te classificeren. Als een N-VA’er beweert dat zijn minister liegt, moet daar in het Vlaanderen van Bart De Wever over worden gezwegen. Dankzij het oorverdovende gezeur over schuttingtaal zullen veel mensen hem gelijk geven. De oppositie had een gouden kans om de Vlaamse regering uit haar lood te slaan, maar ze heeft ze eigenhandig verprutst.
