Tussen kerst en nieuw had Meryem Almaci het in een radio-interview over de broodnodige hervormingen van de financiële sector. Dat leek haar heilzamer dan een zoveelste miljoenenlening van de overheid aan verzekeraar Ethias. Het ging ook nog over belangrijke hervormingen, net als drastische en – meer ingetogen – nodige hervormingen. Allemaal van de financiële sector. De echte lessen uit de crisis van 2008 werden niet getrokken. De tijd gaat snel.
Sommige thema’s worden tijdens het publieke debat in een glazen kast gezet. Iedereen kijkt ernaar, vindt ze heel erg belangrijk, maar komt er niet aan. Armoede is daar een typisch voorbeeld van. Toen Maggie De Block aantrad als staatsecretaris voor armoedebestrijding vroeg Bart Verhulst haar wat ze te zeggen had over de armoedecijfers. Een op de zeven Belgen is arm. Gigantisch schandalig voor een rijk Westers land als het onze, voegde hij er zelf vast aan toe. Zulke opmerkingen zijn verplichte nummertjes, en klinken na een maandenlang debat over marktconforme besparingen als muzak. We zijn het er allemaal over eens dat armoede onrechtvaardig is, maar het is al lang geen onderwerp meer waar politiek kapitaal mee te mobiliseren valt.
Pure maffia
2011 was het jaar waarin hetzelfde gebeurde met de hervormingen van de financiële sector. In 2008 brak een crisis uit op de Amerikaanse huizenmarkt die het mondiale bankwezen overspoelde. Herverpakte leningen van Amerikanen die zich er eigenlijk geen konden veroorloven – uitgegeven omdat de overheid de banken ertoe aanzette, of omdat ze er enorme winsten mee maakten – werden door ratingbureaus van mooie cijfers voorzien en over de hele wereld doorverkocht. Hoewel Credit Default Swaps iedereen die daarvoor intekende een verzekering bood tegen de risico’s daarvan, kon het hele systeem toch in elkaar stuiken. Dat plan bleek niet echt waterdicht.
Het beeld dat toentertijd van de financiële sector in kranten werd geschetst was hallucinant. Dat sommige bankiers toegaven weinig te begrijpen van alle producten die ze verkochten, en andere verdwenen met riante afscheidspremies, hielp daarbij. Pure maffia. Zelfs de notoire libertair Jean-Marie Dedecker kon het niet laten om kiezers te plezieren door in het parlement te fulmineren tegen de losgeslagen bonuscultuur. Vanzelfsprekend dat het bankenstelsel hervormd moest worden, als het hebzuchtig crapuul al niet in de gevangenis thuis hoorde.
De logica zelve
Daar is nog maar weinig van te merken. In een opiniestuk in De Morgen pleitte Almaci – in de daluren is ze financieel expert van Groen! – in september voor de opsplitsing van zaken- en spaarbanken. Wat na de bankencrisis de logica zelve leek, is nog steeds niet gebeurd. Het artikel maakte ondertussen een krampachtige indruk, waarin iemand die door communautaire onderhandelingen weinig aandacht kreeg maar een oude koe uit de gracht probeerde te hijsen. Een goedkope poging om een gevoel vast te houden dat al lang vervlogen was. Haar boodschap was een riedel geworden die iedereen al lang moe gehoord was.
Fundamenteel veranderde er ook weinig. De bankensector bewijst dat momenteel zelf door recordbedragen onder te brengen bij de Europese Centrale Bank. Ze vertrouwen elkaar niet eens. In de Verenigde Staten werden de banken enkel groter. Als een nieuwe crisis uitbreekt, zal de Amerikaanse overheid terug met miljarden moeten schuiven om het systeem overeind te houden. Gelukkig zitten nog steeds dezelfde bankenlobbyisten in de regering om die transacties zo efficiënt mogelijk door te voeren.
De verontwaardiging over de bankensector is weggeëbd. Het debat over de exorbitante bonussen heeft het langst aangehouden, maar dat leek steeds meer op randanimatie voor boze burgers dan een serieuze poging om het financieel stelsel te herdenken. Alles gaat vervelen, natuurlijk, maar in 2011 brak een nieuwe crisis door die de economische katernen moeiteloos wist op te vullen met even hysterische statistieken als in 2008. Waar de Verenigde Staten verantwoordelijk waren voor de bankencrisis, schitterden in deze tragedie de politieke leiders van het versleten Europese continent in een sterrenrol. Het werd het begin van een pathetische afscheidstournee.
Allemaal Atheners
De recessie die veroorzaakt werd door het in elkaar donderen van de huizenbubbel, heeft vooral Europese economieën onder druk gezet. De Verenigde Staten hebben immense problemen, maar een meer flexibele centrale bank en een certificaat als wereldleider zorgden ervoor dat zelfs de politieke impasse die het land deze zomer doormaakte en een ratingverlating geen stijging van de overheidsrente tot gevolg had. In Europa gingen zwakke landen genadeloos onderuit. De Spaanse huizenmarkt en de Ierse bankensector zakten in elkaar, maar vooral de Griekse en Italiaanse overheden kregen het moeilijk. Engeland houdt zich ondanks een spectaculair begrotingstekort maar zonder euro’s in portefeuille aardig staande.
De redenen waarom de meeste landen in de problemen kwamen, waren – vooral achteraf – makkelijk te voorspellen. In Griekenland lichtte zowat iedereen de overheid op, dus het was weinig waarschijnlijk dat anonieme financiers eeuwig leningen aan een Duitse rente zouden blijven verstrekken. Silvio Berlusconi kon nooit op veel sympathie en vertrouwen rekenen in buitenlandse krantenkolommen, wat het merkwaardig maakt dat investeerders zolang zijn blijven geloven in de kredietwaardigheid van Italië. In beide landen moest het wel een keertje mis gaan.
Net zoals de bankencrisis, zorgde vooral de Griekse janboel voor grenzeloze paniek. Een faillissement van Griekenland zou heel wat anderstalige banken kunnen meesleuren, en de muntunie zorgde ervoor dat de Europeanen eigenlijk allemaal Atheners waren. Het monetaire beleid werd niettegenstaande in Berlijn uitgeschreven. Met de gevolgen daarvan heeft de Europese Unie zich een jaar bezig gehouden, en de kerstboodschap van president Herman Van Rompuy doet vermoeden dat ook 2012 een jaar van cruciale toppen wordt. De eerste staat voor eind januari gepland.
Heel veel columns
In de tussentijd werden er in 2011 onder commentatoren en economen drie discussies gevoerd die zich waarschijnlijk volgend jaar ook zullen voortzetten. Het eerste debat lijkt veel op de uitgestorven polemiek van Alamci. Waar in 2008 de bankensector dringend aangepakt moest worden, waren het in 2011 de speculanten die met alle zonden van Israel werden overladen. Anonieme beurshandelaars kregen het hard te verduren, maar meestal bleven het mystieke figuren die niemand werkelijk wist aan te raken. Geld proberen te verdienen met aandelenverkoop werd gigantisch schandalig – het jaarlijkse bundeltje geldtips van Paul D’Hoore bleef weliswaar even populair als kookboeken.
Bij uitbreiding bleef alles wat er over beurzen werd gezegd in het ijle hangen. Soms omdat weinig mensen leken te begrijpen waar ze het over hadden – minister van economie Johan Vande Lanotte wenste in Humo voor 2012 het einde van het financieel kapitalisme – , vaker omdat filosofische reflecties over het beurswezen weinig problemen oplossen. De beurs is irrationeel zoals alle andere menselijke activiteiten dat zijn. De ratio is soms ver te zoeken, de legitimiteit ingebeeld. Portugal kwam waarschijnlijk in de problemen omdat het toevallig ook een euroland is dat volgens beurshandelaars aan de Middellandse zee grenst. Dat maakt de crisis niet minder reëel. Portugal betaalt meer rente op overheidsobligaties dan Italië en Spanje samen.
Wat ook steeds goed was voor een verontwaardigde column waren de ratingbureaus. Het geeft een akelig gevoel wanneer soevereine staten worden beoordeeld door private, Angelsaksische instellingen. Wanneer hun mening wordt gevolgd door horden goede huisvaders, wordt het wel helemaal te gek. De onvolmaaktheden van deze vergulde denktanks liggen bovendien voor de hand. De Verenigde Staten worden bevoordeeld, en voor 2008 waren deze jongens niet in staat om in te zien dat die herverpakte huizenleningen niets waard waren. Ze werden daar natuurlijk ook niet voor betaald. Hun oordeel is precies even waarachtig als dat van de beurzen, de gevolgen net zo zichtbaar.
Leidmotief
Een tweede paraplu waaronder hevig werd gedebatteerd, was die van de Europese Unie. De mankementen van de eurozone werden voor de grootste eurofiel duidelijk. In Engeland likten de tegenstanders van de Unie hun duimen en vingers af bij zoveel continentaal leed, wat de Britse premier David Cameron bij de meest recente top in Brussel overmoedig maakte en uiteindelijk isoleerde van alle andere lidstaten. Ondertussen dendert de Europese trein met een ongeziene rotvaart verder, terwijl omstanders roepen dat hij weldra een ravijn zal intuimelen.
Ook als het over Europa gaat, raakt het debat vaak niet verder dan verbolgen geneuzel over het democratisch deficit – niemand weet precies wat het is, iedereen heeft er een uitgesproken mening over. Het onderwerp won spectaculair aan populariteit. Zelfs Bart De Wever liet zich dit jaar opmerken door enkele eurokritische hartenkreten, hoewel zijn partij doorgaans even Europees gezind is als Guy Verhofstadt. Europa blijft het goed doen als zondebok.
Desondanks maakte de Europese Unie een enorme sprong voorwaarts. Waar de strikte Maastrichtnormen tot voor kort als inspiratiebron dienden, worden ze het leidmotief van het economisch beleid van alle lidstaten. Idealiter zou Europa de begrotingsregels ingeschreven zien in alle grondwetten, zodat het niet de eigen zwakke Europese instellingen zijn die het moeten opnemen tegen machtige maar spilzieke regeringsleiders. Het viel op dat de politieke partijen die het eens waren met deze afspraken zich opwierpen als verlichte verdedigers van het Europese project. Wie een andere politiek voorstond, protesteerde tegen het dictaat van Brussel, hoewel de maatregelen netjes door het Europese parlement werden gestemd.
Jaar van Europa
Zo kwam Europa in 2011, misschien voor de eerste keer, in het centrum te staan van de politieke discussie. Naast de beurswereld en het Europese niveau was het vooral de wankele staat van de economie die werd besproken. Wie het daarover wilde hebben, had het – enkele debatjes over de splitsing van het Belgische arbeidsmarktbeleid daargelaten – over Europa. Als de eurozone ook 2012 wil overleven, moeten de Europese economieën geharmoniseerd worden.
Die eenmaking gebeurt op een moment dat de wereldeconomie nog steeds een crisis doormaakt van Bijbelse proporties, wanneer nationale politici meer dan ooit het blinde eigenbelang voorop stellen. Wat nog maar op solidariteit lijkt is verdacht, ook al is ieders lot nauw met elkaar verbonden. Empathie met onbekenden wordt door het electoraat afgestraft. Europa schijnt de democratie uit te hollen, maar het is de angst van Angela Merkel voor haar kiezers die een rigoureuze oplossing voor Griekenland onmogelijk maakte.
Het bezuinigingsbeleid dat daarom door Europa wordt gepropageerd en door de meeste lidstaten enthousiast omarmd, is een zoveelste mokerslag voor de sociaaldemocratie. Waar de Unie een unieke mogelijkheid biedt om gezamenlijk aan de dominantie van het bedrijfsleven te ontsnappen en de controle over het economisch beleid terug aan verkozen politici te geven, wordt het Europese niveau gebruikt als koevoet om de wil van het bedrijfsleven door te drukken. Nationale staten laten zichzelf nog steeds tegen elkaar uitspelen in een race to the bottom. Zelfs euro-obligaties zijn nog steeds voor sommigen onbespreekbaar. Er zijn er die dat jammer vinden.
Angsten overwinnen
Desastreus is diezelfde strategie wanneer de economie zich aan de rand van de afgrond bevindt. Hoewel aangekondigd als maatregelen om de markten te kalmeren en verdere rampspoed af te wenden, heeft 2011 afdoende bewezen dat overheidssaneringen in crisistijden alleen maar meer onheil aanrichten. Griekenland bezuinigt zichzelf de verdoemenis in, de overheidsrente blijft de hoogte in schieten. Enkel de Ieren wisten die dit jaar lichtjes te doen dalen.
Een keynesiaans beleid van overheidsuitgaven wordt door de meeste politici zelfs niet in overweging genomen, en de Europese Centrale Bank is weinig enthousiast om een actievere rol te spelen. De gevolgen daarvan zullen 2012 hoogstwaarschijnlijk overschaduwen. De economie valt stil, wat de crisis enkel zal verdiepen. Als politici niet tot inkeer komen en bij tegenvallende cijfers enkel meer bezuinigen – waar Elio Di Rupo op aanstuurt – komt Europa in een neerwaartse spiraal terecht. Dat is een economische wetmatigheid die het leed dat de besparingen aanrichten zelfs nog niet in rekening brengt.
Paul Krugman wordt het niet moe om de Europese beleidsmakers op deze gezichtsverbijstering te wijzen, maar ook andere stemmen in het debat nemen zijn noodkreet over. Onlangs waarschuwde het weekblad The Economist voor een herhaling van de fouten die in de jaren dertig zijn gemaakt. Dat is een weinig originele vergelijking, maar de redacteuren van dat donkerblauwe tijdschrift moeten heel wat angsten overwinnen om zoiets neer te schrijven. Als zij beweren dat overheden dringend meer geld moeten uitgeven, klinkt dat net zo dwingend en neutraal als de Europese aanbevelingen. Enkel Marc De Vos hoor je er eigenlijk niet over.
Spannend
Het nieuwsmagazine Time verkoos de protester uit tot persoonlijkheid van het voorbije jaar. Wat de afgelopen maanden in de Arabische wereld gebeurde, is ongezien, maar de protesten in het Westen hebben voorlopig niet veel opgeleverd. De mediagenieke jongeren van Occupy Wall Street en de traditionele vakbonden hebben het afgelopen jaar zelfs precies even weinig gedaan weten te krijgen. Enkel Angela Merkel liet zich door protestacties overhalen om de kerncentrales in Duitsland te sluiten.
In 2012 zullen het meer kiezers zijn dan protesters die de actualiteit bepalen. De Verenigde Staten, Frankrijk en Rusland kiezen een nieuwe president – het ene land al wat meer dan het andere -, in China wordt zonder de rompslomp van een stembusslag een nieuwe regering samengesteld en de Grieken mogen in april eindelijk hun zegje doen. In Antwerpen wordt een nieuwe burgemeester verkozen. Dat zal het politieke debat veel meer opschudden dan een tentenkamp naast het beurshuis, maar naar de uitkomst is het gissen. Het enige wat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te zeggen valt is dat in 2012 de wereld niet zal vergaan.